1.Het sportbowlingkampioenschap is een unisex kampioenschap dat wordt gespeeld over vier reeksen van 6 games en een finale.
|
2.Er zijn twee categorieën, +200 (dames +192) en -200 (dames -192). Deze indeling wordt bepaald aan de hand van het officiële BBSF gemiddelde.
|
8.De leider van elke shift in de beide categorieën en drie andere deelnemers (gekozen bij lottrekking) kunnen verzocht worden zich aan te bieden met hun materiaal voor controle. Indien een bal niet conform bevonden wordt met het reglement, zal de speler gediskwalificeerd worden voor de betreffende reeks en de score van de reeks wordt teruggebracht op nul. |
9.Kledij: Volgens het RIO – nationale kampioenschappen. |
10.Het technisch comité is verantwoordelijk voor de baancondities en de balcontroles in samenspraak met de topsportcoördinator.
In het seizoen 2010-2011 wordt er tweemaal op het lange en tweemaal op het korte patroon gespeeld.
|
11.Het opschuren van ballen is onderworpen aan de regels van de W.T.B.A.
|
12.Verandering van banen tijdens het kampioenschap gebeuren zoals voorzien in het sportreglement.
|
13.Bij onvoorziene omstandigheden, neemt het organisatiecomité een gemotiveerde beslissing.
|
14.De winnaar van het kampioenschap in de categorie 200+, dames 192, behaalt de titel Kampioen van België sportbowling. Bij de andere sexe verkrijgt de eerst geklasseerde in dezelfde categorie dezelfde titel. Zij vertegenwoordigen België op het ECC. |
15.De winnaar van het kampioenschap in de categorie -200 mag deelnemen aan een ETBF tornooi (inschrijving + 1 x re-entry).
|
Data
1. 11, 12 en 15 september 2010 te Jumet – Cordial bowling (Kort)
2. 3 - 6 en 7 november 2010 te Deurne - Eurobowling(Lang)
3. 19 - 20 en 22 maart 2011 te Bergen - Les Bassins (Lang)
4. 7 - 9 en 10 april 2011 te Brussel – Bowlmaster (Kort)
5. De finaleronde is op 14 mei te Sint-Martens-Latem
Centra en patronen onder voorbehoud. |