Vrije pendulumswing bevorderen.
1. Ga staan met het lichaamsgewicht op de glijvoet en de glijvoet moet 4 tot 5 inches vooruit staan. Leun een beetje vooruit vanuit het middel.
2. Hou de bal in een lijn met de bowlingschouder en op je normale hoogte.
Nota: Normale hoogte kan één van de volgende drie posities zijn:
1. Middel tot schoudergebied = Normale pushaway
2. Schouderhoogte = Dropaway
3. Onder het middel = Up-push
Duw de bal met de elleboog bijna recht, ontspan dan de voorarm en laat de bal vrij zwaaien. Duw de bal vooruit en een klein beetje neerwaarts. Juist voor de elleboog recht is, moet de voorarm ontspannen, dus de elleboog zal pas recht zijn als de bal naar onder zwaait. Deze juiste pushawaytechniek zal leiden naar een totale vrije pendulumswing.
1. Neem de lichaamspositie aan
2. Laat een assistent voor de bowler staan en het totale gewicht van de bal opvangen in zijn/haar handen als de bowler zijn pushaway doet. Doe dit 4 of 5 keer en laat de bowler de pushaway en het ontspanpunt van de voorarm, juist voordat de elleboog helemaal recht is, voelen.
3. Daarna stapt de assistent opzij naar de balzijde van de bowler (veiligheidskenmerk). Geef de bowler de mogelijkheid zijn/haar hand te drogen.
4. De assistent vertelt de bowler dat hij de bal niet zal aanpakken. De bowler voert de pushaway uit, de voorarm ontspant als de elleboog bijna recht is en de bal zwaait in een vrije pendulumbeweging. Om de swing af te maken, laat men de bal terug gaan naar zijn originele startpositie. De assistent helpt de bal op zijn terugweg naar de startpositie. Vergelijk het gevoel van je normale swing met de totaal vrije pendulumswing.
Houd de bowler bij de pols vast en begeleidt de pushaway en de vrije swing.
Als de bowler zijn bal gebruikt moet de instructor de bal terug helpen naar zijn beginpositie.
Vang als instructor de eerste keer de bal op om je ervan te verzekeren dat de arm ontspannen is.
Opgelet: Wanneer de instructor zich naast de speler opstelt betekent dit voor de speler twee dingen:
1. Droog de bowlinghand
2. De bal zal niet opgevangen worden, maar zal vrij swingen.
1. Ontspan de voorarm juist voordat de elleboog recht is en de bal zal totaal vrij zwaaien.
2. Controleer de schouderpositie wanneer de bal begint te zwaaien: de schouder moet in de leveragepositie blijven en mag niet neerhangen of naar onder komen.
Nota: Deze oefening kan gedaan worden voor elke van de 3 startposities.
1. Schouderhoogtepositie: doe de uitduw neerwaarts (laat de bal licht vooruit vallen, maar de elleboog komt niet vooruit)
2. Middel tot schouderhoogte: doe zoals omschreven voor de normale pushaway- oefening.
3. Lagere posities moeten de bal omhoog duwen (pushaway omhoog en dan alles herhalen zoals omschreven is in de pushawayoefening)
|