De juiste balans opbouwen aan de foutlijn.
1. Teen, knie, schouder boven elkaar in een balanslijn doorheen het lichaam ( de knie mag een beetje voor de teen zijn)
2. Ontwikkel een diepe kniebuiging met het balansbeen terwijl je een kleine buiging van het middel ontwikkelt om de schouders boven de knie te krijgen. Het achterste dijbeen moet een beetje naar achter gehouden worden. 3. De tenen van de achterste voet moeten op de approach blijven (in aanraking met de approach) of de achterste voet moet zijdelings gedraaid worden (in aanraking met de approach). Het achterste been kan ofwel recht naar achteren zijn of zijwaarts. Houd het lichaamsgewicht van de achterste voet af.
1. Plaats de bowler in de eindpositie aan de foutlijn
2. Laat de bowler vijf bewegingen doen (achter- en voorwaarts)
3. Breng de bal rustig in een achterwaartse beweging
4. Rustig naar achter swingen, ontspan en laat de bal zwaaien.
5. Versnel de achterwaartse beweging, ontspan en laat de bal zwaaien.
6. Versnel de achterwaartse beweging, ontspan, laat de bal zwaaien en voer de release in deze derde swing uit met de technieken die ontwikkeld zijn in de kneeldown oefening (Houd de vingers naar binnen gebogen en doe de duimrelease aan de knie). De vierde en vijfde swing (nadat de bal gelost is) zijn om te bepalen of je in balans kan blijven staan. (Als je je balans verliest wijst dit erop dat je de bal geduwd of getrokken hebt en niet het gevoel van de vrije pendulumswing hebt gehad.)
Alle 5 swings moeten hetzelfde zijn, zeker de derde, wanneer de bal gelost wordt.
De nadruk van de balbeweging is in de achterwaartse richting. Leer te ontspannen in de voorwaartse beweging en laat zwaartekracht de swing creëren. Onthoud de achterwaartse duw te vermeerderen in de tweede swing en nog meer in de derde swing.
Wanneer de bowler de bal lost, moet dit zijn zoals een vliegtuiglanding – laat de bal gaan in een lichte neerwaartse richting.
Houd de bowler vast bij de pols en zwaai (met de bal) 5 swings. Leg de nadruk op de achterwaartse richting en laat de voorwaartse zwaai gewoon gebeuren. Vermeerder bij elke swing de achterwaartse beweging.
Ontwikkel de kin-boven-knie techniek bij de bowler.
Verhoog de achterwaartse beweging bij elke swing.
Duim los ter hoogte van de knie of iets erachter.
Release bij de derde swing
Follow through en de laatste twee swings moeten hetzelfde zijn als de eerste drie (d.w.z. dat de vijf swings hetzelfde moeten zijn).
De 5 swings moeten hetzelfde aanvoelen.
Laat de bal alle inspanning doen zodat het lichaam in de balanspositie blijft gedurende de 5 swings. Gebruik minimale inspanning wanneer de bal zijn eigen natuurlijke swingsnelheid ontwikkelt. Je moet in de mogelijkheid zijn om de balans te behouden en een constante pendulumswing te ontwikkelen, door het gebruiken van de achterste voet zoals hierboven beschreven. Doordat je geen druk op het achterste been zet ben je ervan verzekert dat heel het lichaamsgewicht op het gebogen balansbeen terecht komt, dit zorgt ervoor dat je je evenwicht beter behoud.
Snelheid van de bal en richting van de bal neerwaarts op de baan is onbelangrijk. Het houden van de balans en het voelen van de vrije pendulum worden ontwikkeld. Houd je niet bezig met het raken van de pins en het houden van de bal op debaan in deze oefening.
|